You are hereSpelletjes

Spelletjes


 Spelletjes op het internet

Klik op de tekening en maak kennis met Chico en zijn vrienden uit Nicaragua. Doe de opdrachten en speel de spelletjes en zorg dat alle kinderen weer naar school kunnen! Wil je het spel spelen, maar ben je niet op school? Vul dan als speelcode banaan in.

In samenwerking met Stichting Vriendschapsband Utrecht-León heeft COS Utrecht een digitaal spel ontwikkeld voor schoolkinderen van het 5e en 6e leerjaar om ze kennis te laten maken met Millenniumdoelstelling 2: Alle kinderen naar school voor 2015.

 

Spelletjes op school

 

Kickball

Wat heb je nodig: Vier grote stenen (of pionnen) en een bal
Hoe lang duurt het:
Ongeveer 30 minuten
Locatie:
Buiten!
Opstelling:
Zet met de vier pionnen een veld uit van 15 bij 15 meter.
Op elk hoekpunt komt een pion te staan. Dit worden de honken. De afstand van de thuishonk tot aan het einde van het veld is ongeveer 50 meter (zie tekening).

Spelregels: Kickball is eigenlijk hetzelfde als honkbal of slagbal. Het enige verschil is dat degene aan slag de bal het veld in schopt, in plaats van gooit. Ook rollen de veldspelers de bal over de grond na elkaar, in plaats van gooien.
De klas wordt in tweeën gesplitst waarna het ene team begint aan slag en het andere in het veld. Een wedstrijd kickball bestaat uit negen innings, elke inning bestaat uit twee speelhelften. In de ene speelhelft wordt door het team in het veld verdedigd en door het team dat aan slag is aangevallen. In de andere speelhelft zijn de
rollen omgedraaid. Alleen het team dat aan slag is, kan punten scoren.
Het spel begint als de eerste werper van de partij aan slag de bal het veld intrapt. Daarna moet hij naar het eerste honk rennen. Eventueel, als hij de bal ver weg heeft getrapt, kan hij de andere honken proberen te passeren. Wanneer hij alle vier de honken op rij is gepasseerd, dan wordt er een punt gescoord. Wanneer de honken in de eigen slagbeurt worden gepasseerd, dan heet dat een homerun. Een homerun levert ook één punt op. Ondertussen proberen de veldspelers de bal zo snel mogelijk naar de veldspeler bij het thuishonk te rollen. Als hij de bal in zijn handen heeft, is de beurt voor de slagman over. Dan komt er een nieuw persoon aan slag. De partijen wisselen als er sprake is van ‘drie keer uit’.

Een ‘uit’ wordt gegeven wanneer:
- Een getrapte bal zonder de grond te raken, wordt gevangen door de verdedigende partij;
- Eén van de aanvallende spelers wordt uitgetikt terwijl hij niet op een honk staat door een veld
   speler die de bal in handen heeft;
- Eén van de aanvallende spelers uitgebrand wordt; de bal wordt eerder gevangen op het honk
dan de loper bij het honk is;
- Als de bal door de speler aan slag buiten de foutlijnen getrapt wordt.

Na drie keer uit, wisselen de partijen van plaats; de partij aan slag gaat in het veld staan en de partij in het veld komt aan slag. De partij die na de 9 innings de meeste punten heeft, wint.

Tips:

Waarschijnlijk duurt het te lang om 9 innings te spelen. Daarom kun je ervoor kiezen dat het spel afgelopen is na 30 minuten. Wie dan de meeste punten heeft, wint. Ook kan het spel beëindigd worden als een team een bepaald aantal ‘uit’ heeft behaald (bijvoorbeeld 10). Het team dat dan de meeste punten heeft behaald, wint.

Terug naar menu